Ja, mijn examenfeest was dikke pret, zie vorige aflevering, maar de verjaardagsfeestjes thuis in onze vroege kinderjaren waren ook leuk want ons moeder deed echt haar best en wij vierden dus, en dat was in die tijd een uitzondering, echte kinderfeestjes. Dat je vier of vijf vriendjes vroeg en dat er ook wat neefjes en nichtjes kwamen en dat je samen spelletjes deed, onder leiding van ons mam.
Eerst was het natuurlijk ontvangst en feliciteren (ik herinner me geen cadeautjes van vriendjes, dat was niet de gewoonte denk ik) en 'Lang zal ie leven' zingen en taart eten en limonade drinken (Exota, priklimonade met beugeldoppen uit Dongen) - en dan de spelletjes. Ik herinner me de sleuteldans. We gingen dan met z'n allen aan de tafel zitten, die was gedekt met een feesttafelkleed: hagelwit en met lang overhangende randen. Er was een seterk touw voor nodig dat door het oog van een sleutel werd gehaald. Met twee knopen in het touw werd de sleutel op een bepaalde plaats gefixeerd en het touw werd in een cirkel geknoopt die net om de tafelpoten paste maar dus onder de overstekende rand van de tafel bleef, verborgen onder het tafelkleed (veel woorden nodig om iets simpels uit te leggen). Iedereen pakte met twee handen het touw vast en we begonnen te zingen (deed er niet toe wat) en tegelijkertijd 'gaven we het touw door' naar rechts, door steeds met je handen naar links te pakken, eerst met je linkerhand tegen de rechterhand van je buurman aan, dan met je rechterhand tegen je linkerhand aan. Of nét niet er tegenaan: als je de sleutel had. Als ons moeder 'stop' zei, stopten we en werd onder luid gejoel het touw boven de tafel gehouden door allemaal tegelijk. Wie dan de sleutel tussen zijn handen had was af. Hilarisch.
Ps Ik vraag me af of iemand die het spel niet kent, zich een juist beeld kan vormen op basis van mijn beschrijving.
zaterdag 29 januari 2011
zaterdag 22 januari 2011
78. Geslaagd & stoned!
Toen ik mijn HBS-diploma haalde (1971) gaf ik natuurlijk een feest en bij die gelegenheid kwamen twee werelden vermakelijk bij elkaar, want er was niemand uit mijn oude buurt (we waren inmiddels verhuisd naar de Tobias Asserlaan), maar er waren wél wat ooms en tantes en verder was het hartstikke druk met mensen die hoorden bij de 'sien' in Tilburg: langharig werkschuw tuig zeg maar.
Ons pap en ons mam waren erg trots op mijn diploma en vastbesloten om het feest op mijn manier te vieren, dus iedereen was welkom en al snel werd er geblowd, gewoon in onze keurige huiskamer waar ooms en tantes netjes op stoelen zaten en daar tussendoor wat langharig of half-langharig volk op de grond, met pijnlijk gekruiste knieen en een joint. Dat waren fraaie tafereeltjes en de familie keek z'n ogen uit. 'Rook jij nu haschisch?', hoorde ik een tante aan Frans Daams (één en al baard en haar) vragen.
'Ja, mevrouw', antwoordde Frans beleefd. 'Ik ben nu onder de invloed van haschisch.'
Het feest was een daverend succes en werd 's morgens om een uur of acht goed samengevat door een korte dialoog van pa en ma.
Ons pap: 'Verroest mam, ze zijn al weer op.'
Ons mam: 'Nee Piet, ze zijn nóg op.'
Dat klopte, we waren net terug uit het Wandelbos waar Norbert in een vijver was gevallen en nu angstig kwekte over de ziekte van Lyme. Mijn jongste zus die wél geslapen had omdat ze moest gaan werken, liep een beetje panisch in haar roze baby-doll door het huis en trok belangstelling: 'Het lijkt hier wel een communiefeestje.'
Én gelachen dat we hebben.
Ons pap en ons mam waren erg trots op mijn diploma en vastbesloten om het feest op mijn manier te vieren, dus iedereen was welkom en al snel werd er geblowd, gewoon in onze keurige huiskamer waar ooms en tantes netjes op stoelen zaten en daar tussendoor wat langharig of half-langharig volk op de grond, met pijnlijk gekruiste knieen en een joint. Dat waren fraaie tafereeltjes en de familie keek z'n ogen uit. 'Rook jij nu haschisch?', hoorde ik een tante aan Frans Daams (één en al baard en haar) vragen.
'Ja, mevrouw', antwoordde Frans beleefd. 'Ik ben nu onder de invloed van haschisch.'
Het feest was een daverend succes en werd 's morgens om een uur of acht goed samengevat door een korte dialoog van pa en ma.
Ons pap: 'Verroest mam, ze zijn al weer op.'
Ons mam: 'Nee Piet, ze zijn nóg op.'
Dat klopte, we waren net terug uit het Wandelbos waar Norbert in een vijver was gevallen en nu angstig kwekte over de ziekte van Lyme. Mijn jongste zus die wél geslapen had omdat ze moest gaan werken, liep een beetje panisch in haar roze baby-doll door het huis en trok belangstelling: 'Het lijkt hier wel een communiefeestje.'
Én gelachen dat we hebben.
zaterdag 15 januari 2011
77. Snotjongens op de Karl Marx-Universiteit
De jaren '60 braken in Tilburg spectaculair door met de bezetting van de Katholieke Hogeschool - Karl Marx-universiteit heette die opeens en zo werd het ene geloof moeiteloos ingeruild voor het andere. En het ongelooflijke gebeurde - maar om dat te duiden moet ik wat verder terug in de tijd.
Onze pa had een bromfiets. Een auto was een imponerend bezit dat voor veruit de meesten onbereikbaar was, maar onze ome Toon rééd wel in een auto. Hij was privé-chauffeur van een wolfabrikant (Hilvarenbeekseweg, het witte huis dat sinds lang afgebroken is, waar nu het elisabethziekenhuis staat) en toen die failliet ging werd hij taxi-chauffeur.
Dat concept ontging mij, ik snapte gewoon niet hoe dat zat, een taxi, maar ik mocht wel eens meerijden in die grote, zwarte Mercedes, ik was tenslotte zijn petekind.
Toen werd de hogeschool bezet en kwam de minster van onderwijs (Veringa?) naar Tilburg - met de trein. Hij pakte op het station de taxi naar de Karl Marx-Universiteit en wij zagen de minister commentaar geven op het journaal van 8 uur. Wat zei hij?
'Nou, ik was wel nieuwsgierig naar wat de gewone Tilburgse mensen van die bezetting vonden dus ik heb het maar eens aan de taxi-chauffeur gevraagd en die zei het zijn verwende snotjongens ze moesten allemaal een trap onder hun achterste krijgen, nu kunnen ze studeren en dan gaan ze rotzooi trappen.'
En die taxi-chauffeur, jawel, dat was ome Toon. Het gonsde in de hele familie dat de minister ome Toon geciteerd had. En correct ook, volgens Toon: Dè is pursies wè'k gezegd heb.'
Onze pa had een bromfiets. Een auto was een imponerend bezit dat voor veruit de meesten onbereikbaar was, maar onze ome Toon rééd wel in een auto. Hij was privé-chauffeur van een wolfabrikant (Hilvarenbeekseweg, het witte huis dat sinds lang afgebroken is, waar nu het elisabethziekenhuis staat) en toen die failliet ging werd hij taxi-chauffeur.
Dat concept ontging mij, ik snapte gewoon niet hoe dat zat, een taxi, maar ik mocht wel eens meerijden in die grote, zwarte Mercedes, ik was tenslotte zijn petekind.
Toen werd de hogeschool bezet en kwam de minster van onderwijs (Veringa?) naar Tilburg - met de trein. Hij pakte op het station de taxi naar de Karl Marx-Universiteit en wij zagen de minister commentaar geven op het journaal van 8 uur. Wat zei hij?
'Nou, ik was wel nieuwsgierig naar wat de gewone Tilburgse mensen van die bezetting vonden dus ik heb het maar eens aan de taxi-chauffeur gevraagd en die zei het zijn verwende snotjongens ze moesten allemaal een trap onder hun achterste krijgen, nu kunnen ze studeren en dan gaan ze rotzooi trappen.'
En die taxi-chauffeur, jawel, dat was ome Toon. Het gonsde in de hele familie dat de minister ome Toon geciteerd had. En correct ook, volgens Toon: Dè is pursies wè'k gezegd heb.'
Labels:
bezetting,
Karl Marx Universiteit,
Tilburg jaren 60
zaterdag 8 januari 2011
76. 'ver brengen'
Tot en met mijn twaalfde was de buurt mijn wereld. De gang naar de HBS brak daarop in (ik brak uit), maar de eerste jaren toch slechts gedeeltelijk. De buurt bleef een grote rol spelen want op de HBS kreeg ik geen vrienden - dat was toch echt een ander milieu en daar wilde ik mij niet in mengen- of ik durfde het niet, kan ook.
Dertien, veertien jaar: verkennerij en rondhangen in de Trouwlaan, bij de automatiek van D'n Buik. Ook de jaren '60 gingen een rol spelen en dat zorgde (zie ik nu) voor verwarring: net op het moment dat ik stappen zette weg uit het arbeidersmilieu, net op het moment dat er sprake was van sociale stijging richting burgerij, nét op dat moment werd dat allemaal verdacht. 'Burgerij' werd 'establishment' en daar wilde je niet bijhoren.
Voor ons pap en ons mam moet dat een hard gelag geweest zijn, dat ik ging trappen tegen wat zij als het belofde land zagen, dat ik mij afzette tegen datgene wat zij hoopten dat ik zou bereiken, met mijn goed stel hersens: 'doorleren', 'het ver brengen' , 'een baan een huis een auto en een kind', zoals Boudewijn de Groot zong.
Jaren later liet ik mijn haren groeien en werd ik (op straat, in de trein) soms aangezien voor Boudewijn.
Dertien, veertien jaar: verkennerij en rondhangen in de Trouwlaan, bij de automatiek van D'n Buik. Ook de jaren '60 gingen een rol spelen en dat zorgde (zie ik nu) voor verwarring: net op het moment dat ik stappen zette weg uit het arbeidersmilieu, net op het moment dat er sprake was van sociale stijging richting burgerij, nét op dat moment werd dat allemaal verdacht. 'Burgerij' werd 'establishment' en daar wilde je niet bijhoren.
Voor ons pap en ons mam moet dat een hard gelag geweest zijn, dat ik ging trappen tegen wat zij als het belofde land zagen, dat ik mij afzette tegen datgene wat zij hoopten dat ik zou bereiken, met mijn goed stel hersens: 'doorleren', 'het ver brengen' , 'een baan een huis een auto en een kind', zoals Boudewijn de Groot zong.
Jaren later liet ik mijn haren groeien en werd ik (op straat, in de trein) soms aangezien voor Boudewijn.
zaterdag 18 december 2010
75. Pa op de brommer.
Die eerste jaren op de HBS, ik geloof niet dat het leuk was. Twee werelden: de buurt en de school, en ik wilde niet dat ze bij elkaar kwamen want ik schaamde me over mijn afkomst. Het doet zeer om dat nu te schrijven, maar zo was het. De jongens in de klas hadden verhalen over de auto van hun vader. Wij hadden geen auto, onze pa reed op een brommer. In de herfst kreeg ik pas een nieuwe jas als de kinderbijslag binnen was, dus in september fietste ik in mijn bloes naar school en als het regende deed ik een poncho aan, zo over mijn bloes, zonder jas er onder. Dat was genant maar het was niet anders. In het kader van begeleiding van nieuwe leerlingen kwam de klasseleraar een keer op huisbezoek - ik schaamde me kapot. Waarom? Omdat het maar armoedig uitzag, vond ik. Die man zag dat vast.
Natuurlijk zag hij dat, meneer Van Nistelrooij, maar even natuurlijk liet hij niets merken. 'Den baf' was zijn bijnaam, hij gaf wiskunde en hij rookte veel te veel. Ja, dat is nu niet meer voor te stellen maar leraren rookten toen gewoon in de klas (het eerste jaar dat ik zelf lesgaf deed ik dat ook nog). Van Nistelrooij rookte soms wel drie sigaretten per lesuur en stak ook wel eens per ongeluk het krijtje in zijn mond, of probeerde met zijn sigaret op bord te schrijven. Als wiskundeleraar moest hij natuurlijk veel tekenen op het bord en hij gebruikte nooit een lineaal of passer, hij tekende alles losjes uit de hand en dat zag er best netjes uit. Zelf was hij een sloddervos en zag er zeker niet netjes uit, overigens. Ooit was de knoop van zijn broek af waarmee je dat lipje aan je broekrand vastzet en hij had dat met een veiligheidsspeld opgelost. Discreet had hij met die veiligheidsspeld het lipje naar de binnenkant van zijn broekrand getrokken en daar vastgezet, maar omdat hij in de kleine kinderen zat had hij alleen zo'n grote veiligheidsspeld gehad met een roze knop. En die stak dan weer boven zijn broekrand uit. En gelachen dat we hebben.
Natuurlijk zag hij dat, meneer Van Nistelrooij, maar even natuurlijk liet hij niets merken. 'Den baf' was zijn bijnaam, hij gaf wiskunde en hij rookte veel te veel. Ja, dat is nu niet meer voor te stellen maar leraren rookten toen gewoon in de klas (het eerste jaar dat ik zelf lesgaf deed ik dat ook nog). Van Nistelrooij rookte soms wel drie sigaretten per lesuur en stak ook wel eens per ongeluk het krijtje in zijn mond, of probeerde met zijn sigaret op bord te schrijven. Als wiskundeleraar moest hij natuurlijk veel tekenen op het bord en hij gebruikte nooit een lineaal of passer, hij tekende alles losjes uit de hand en dat zag er best netjes uit. Zelf was hij een sloddervos en zag er zeker niet netjes uit, overigens. Ooit was de knoop van zijn broek af waarmee je dat lipje aan je broekrand vastzet en hij had dat met een veiligheidsspeld opgelost. Discreet had hij met die veiligheidsspeld het lipje naar de binnenkant van zijn broekrand getrokken en daar vastgezet, maar omdat hij in de kleine kinderen zat had hij alleen zo'n grote veiligheidsspeld gehad met een roze knop. En die stak dan weer boven zijn broekrand uit. En gelachen dat we hebben.
zaterdag 11 december 2010
74. de HBS op het Stuyvesantplein
Toen ik dat kwartje voor de kapper kreeg, zat ik al op de HBS. Hoe was ik daar terecht gekomen? Ja, iedereen vond wel dat ik 'goed kon leren', zoals dat toen heette, maar hoe kwam ik op die HBS terecht, in die gele barakken aan het Stuyvestantplein?
Er waren geen open dagen toen, echt niet. Je ging niet shoppen naar welke school je wilde. Tenminste, als je op de school van meester Van Ham zat, in de Trouwlaan, ging je niet shoppen. Als je in de Trompstraat woonde en je vader ('onze pa') werkte in de fabriek, dan ging je niet shoppen.
Ik was me ervan bewust dat er over mijn hoofd heen over gesproken werd. De hoofdonderwijzer. De onderwijzer. De pastoor. Odulphus werd te chic bevonden, te kak. Daar zou mijn afkomst me nagedragen worden. Paulus was modern, een jonge school, dat paste beter bij ons.
Dus Paulus werd het - maar niet dat mooie, grote gebouw op de hoek van de Wandelboslaan en de Ringbaan West, want Paulus groeide uit z'n vel en kon geen dertien eerste klassen kwijt. De oplossing was: een dependance. En omdat Theresia net in dat jaar de lichtgele barakken aan het Stuyvesantplein ging verlaten, trok daar de overloop van Paulus in.
Hoe ze selecteerden - geen idee. Er was wel een gesprek waarin een leraar van Paulus ons pap en ons mam ervan overtuigde dat ik écht naar Paulus ging, alleen in een ander gebouw. Dat het niet minderwaardig was, geen aparte school voor fabriekskinderen. Dat ik les zou krijgen van dezelfde leraren als aan de Wandelboslaan etc etc.
Het zal wel, mij maakte het niks uit. Ik fietste gewoon naar het Stuyvesantplein, dat was lekker dichtbij. Trompstraat, Piet Heinstraat, Pastoor Vromansstraat, De Ruyterstraat, Nieuwstraat, Varkensmarkt, Primus van Gilsstraat, Piustraat oversteken, Stuyvesantstraat. Daar was het. Ik kende er helemaal niemand maar dat kwam vanzelf goed.
Toen ik in de derde klas zat werd met veel bombarie aangekondigd dat we een zelfstandige school werden: het Cobbenhagen College.
Er waren geen open dagen toen, echt niet. Je ging niet shoppen naar welke school je wilde. Tenminste, als je op de school van meester Van Ham zat, in de Trouwlaan, ging je niet shoppen. Als je in de Trompstraat woonde en je vader ('onze pa') werkte in de fabriek, dan ging je niet shoppen.
Ik was me ervan bewust dat er over mijn hoofd heen over gesproken werd. De hoofdonderwijzer. De onderwijzer. De pastoor. Odulphus werd te chic bevonden, te kak. Daar zou mijn afkomst me nagedragen worden. Paulus was modern, een jonge school, dat paste beter bij ons.
Dus Paulus werd het - maar niet dat mooie, grote gebouw op de hoek van de Wandelboslaan en de Ringbaan West, want Paulus groeide uit z'n vel en kon geen dertien eerste klassen kwijt. De oplossing was: een dependance. En omdat Theresia net in dat jaar de lichtgele barakken aan het Stuyvesantplein ging verlaten, trok daar de overloop van Paulus in.
Hoe ze selecteerden - geen idee. Er was wel een gesprek waarin een leraar van Paulus ons pap en ons mam ervan overtuigde dat ik écht naar Paulus ging, alleen in een ander gebouw. Dat het niet minderwaardig was, geen aparte school voor fabriekskinderen. Dat ik les zou krijgen van dezelfde leraren als aan de Wandelboslaan etc etc.
Het zal wel, mij maakte het niks uit. Ik fietste gewoon naar het Stuyvesantplein, dat was lekker dichtbij. Trompstraat, Piet Heinstraat, Pastoor Vromansstraat, De Ruyterstraat, Nieuwstraat, Varkensmarkt, Primus van Gilsstraat, Piustraat oversteken, Stuyvesantstraat. Daar was het. Ik kende er helemaal niemand maar dat kwam vanzelf goed.
Toen ik in de derde klas zat werd met veel bombarie aangekondigd dat we een zelfstandige school werden: het Cobbenhagen College.
zaterdag 4 december 2010
73. Kwartje
Zo eens in de vier, vijf weken ging je naar de kapper (zie no 72). En vlak vóór kerst en pasen natuurlijk, dat deed iedereen en dan waren er lange wachttijden. Maar geleidelijk werd dat kappersbezoek minder vanzelfsprekend. Het raakte zelfs beladen: de jaren '60 braken aan en met de doorbraak van de Beatles was de haarkwestie geboren. Ik was een jaar of veertien, vijftien (dus dat was in 1965, '66) en ik ging kappersbezoek uitstellen*. En werd promopt fronsend bekeken door mijn omgeving. In eerste instantie vooral binnen de parochie, dat speelde toen nog steeds een rol want ik ging natuurljk wel naar de kerk, op zondag - nóg was mijn ziel niet verloren. En daar, bij het uitgaan van de mis, op de stoep bij de kerk van de Trouwlaan dus in de Pastoor Vromansstraat, vond het eerste haargerelateerde incident plaats.
Het ging om de mis van half elf dus het zal half twaalf geweest zijn dat we daar stonden na te praten toen meneer Van de Vrande (uit de Oerlesestraat, driedelig pak, duidelijk van betere stand dan wij) op mij af kwam en met drie vingers in het zakje van zijn zijden vest friemelde. Met veel vertoon overhandigde hij mij een kwartje: 'Hier. Kun je ook een keertje naar de kapper.'
Ik snpate niet wat er gebeurde en keek hem verbaasd aan. Hij grinnikte en verduidelijkte: 'Een kwartje voorde kapper. Ach het is maar een grapje hoor.'
Maar toen ik het kwartje in mijn jaszak stopte werd hij boos en wilde het terug.
* Er was wel een overgangsjaar waarin ik nog wel naar de kapper ging, maar dan zei ik: 'Niet scheren van achter en opzij, hou het maar gedekt.' Thuis leidde dat tot schampere vragen: 'Ben jij naar de kapper geweest? Ik zie er niks van.' Maar dat was natuurlijk juist de bedoeling.
Het ging om de mis van half elf dus het zal half twaalf geweest zijn dat we daar stonden na te praten toen meneer Van de Vrande (uit de Oerlesestraat, driedelig pak, duidelijk van betere stand dan wij) op mij af kwam en met drie vingers in het zakje van zijn zijden vest friemelde. Met veel vertoon overhandigde hij mij een kwartje: 'Hier. Kun je ook een keertje naar de kapper.'
Ik snpate niet wat er gebeurde en keek hem verbaasd aan. Hij grinnikte en verduidelijkte: 'Een kwartje voorde kapper. Ach het is maar een grapje hoor.'
Maar toen ik het kwartje in mijn jaszak stopte werd hij boos en wilde het terug.
* Er was wel een overgangsjaar waarin ik nog wel naar de kapper ging, maar dan zei ik: 'Niet scheren van achter en opzij, hou het maar gedekt.' Thuis leidde dat tot schampere vragen: 'Ben jij naar de kapper geweest? Ik zie er niks van.' Maar dat was natuurlijk juist de bedoeling.
zondag 28 november 2010
72. De kapper (1)
De kapper (een herenkapper) zat in de Hesperenstraat, op een hoek (sinds de gasfabriek afgebroken is, is de lay-out daar ingrijpend veranderd. Ik zou het pand niet meer aan kunnen wijzen). Een kortaffe, chagrijnige man. Zo eens in de vier of vijf weken kreeg je geld mee en moest je erheen. Als je je vriendjes zo gek kreeg gingen ze mee, maar daar moest de kapper niets van hebben: 'Wie van jullie moet geknipt worden?', vroeg hij bars aan ons vieren.
'Alleen hij? De rest wegwezen dan, want als het hier vol zit dan denken ze dat ze lang moeten wachten en dan gaan ze op 'n ander.'
Als je aan de beurt was dan schroefde hij de stoel omhoog, deed een witte strook papier om je nek, dan veel te strak een glanzende cape die hij met een metalen klem vastzette - en dan nam hij je te grazen. Met de tondeuse schoor hij - zoem zoem zoem - de zijkanten en de achterkant van je hoofd bijna kaal, en met een schaar knipte hij de bovenkant kort. Knip knip manoevreerde hij razendsnel met schaar en kam. Hij vroeg nooit hoe het worden moest.
Klaar? Hij spoot je hoofd nat uit een metalen siphon met daaraan een steenrood rubberen slangetje met een knijpbal. zt zt zt zt. Haar in een lijnrechte scheiding gekamd en dat was het dan. Betalen en wegwezen, waar waren de vriendjes?
Je hoofd voelde nog wel onwennig aan, met die strakke haren. En koud, in de winter, met je natte kop.
'Alleen hij? De rest wegwezen dan, want als het hier vol zit dan denken ze dat ze lang moeten wachten en dan gaan ze op 'n ander.'
Als je aan de beurt was dan schroefde hij de stoel omhoog, deed een witte strook papier om je nek, dan veel te strak een glanzende cape die hij met een metalen klem vastzette - en dan nam hij je te grazen. Met de tondeuse schoor hij - zoem zoem zoem - de zijkanten en de achterkant van je hoofd bijna kaal, en met een schaar knipte hij de bovenkant kort. Knip knip manoevreerde hij razendsnel met schaar en kam. Hij vroeg nooit hoe het worden moest.
Klaar? Hij spoot je hoofd nat uit een metalen siphon met daaraan een steenrood rubberen slangetje met een knijpbal. zt zt zt zt. Haar in een lijnrechte scheiding gekamd en dat was het dan. Betalen en wegwezen, waar waren de vriendjes?
Je hoofd voelde nog wel onwennig aan, met die strakke haren. En koud, in de winter, met je natte kop.
zondag 21 november 2010
71. Rijke oom.
De oudste broer van ons moeder had het gemaakt. Die was, zo werd vol ontzag verteld in de familieverhalen, rijk! Echt rijk! Zakken vol geld in de kelder, dacht ik als kind. Dat was natuurlijk niet zo, maar rijk was hij wel. Echt waar. Een self made man, een uitstekende machinebankwerker die ooit in een schuurtje voor zichzelf was begonnen, met een oude draaibank (alweer volgens de familieverhalen en misschien was het wel waar).
Ome Goof, samen met een partner richtte ie een bedrijf op dat nog steeds bestaat hier in Tilburg, maar ik weet niet of er nog familie bij betrokken is want het liep allemaal anders dan ome Goof bedacht had.
De zaak groeide en bloeide en naast nieuwbouw in Tilburg bouwde hij fabrieken in Bergen op Zoom en Reusel. Daar kreeg zijn oudste zoon Piet de leiding, om te oefenen voor later. Ah, die verhalen, leuke stuff was dat op familiefeestjes, die intens saaie familiefeestjes maar als ome Goof er was werd het leuk want die had heel andere verhalen dan de rest. Hij ging op zakenreis met Piet, naar Parijs, en maakte daar kennis met de Franse w.c.'s: 'Ginne pot, gin papier, niks nie. Dus ik hurkte maar zo'n bietje en trok m'n broek losjes op en ging bij de balie informeren hoe dè moes.'
Jazeker, geen woord Frans spraken vader en zoon, maar ze gingen naar parijs voor zaken en ze kwamen terug met contracten en dat werd dan natuurlijk breed uitgemeten als ons moeder jarig was. Wij hingen aan zijn lippen!
En toen ging Piet dood. Geheel onverwacht. Een forse streep door de rekening want Piet, dat was de troonopvolger. Die had het concern over moeten nemen. Never happened. Maar er gebeurde wel van alles anders.
Ome Goof, samen met een partner richtte ie een bedrijf op dat nog steeds bestaat hier in Tilburg, maar ik weet niet of er nog familie bij betrokken is want het liep allemaal anders dan ome Goof bedacht had.
De zaak groeide en bloeide en naast nieuwbouw in Tilburg bouwde hij fabrieken in Bergen op Zoom en Reusel. Daar kreeg zijn oudste zoon Piet de leiding, om te oefenen voor later. Ah, die verhalen, leuke stuff was dat op familiefeestjes, die intens saaie familiefeestjes maar als ome Goof er was werd het leuk want die had heel andere verhalen dan de rest. Hij ging op zakenreis met Piet, naar Parijs, en maakte daar kennis met de Franse w.c.'s: 'Ginne pot, gin papier, niks nie. Dus ik hurkte maar zo'n bietje en trok m'n broek losjes op en ging bij de balie informeren hoe dè moes.'
Jazeker, geen woord Frans spraken vader en zoon, maar ze gingen naar parijs voor zaken en ze kwamen terug met contracten en dat werd dan natuurlijk breed uitgemeten als ons moeder jarig was. Wij hingen aan zijn lippen!
En toen ging Piet dood. Geheel onverwacht. Een forse streep door de rekening want Piet, dat was de troonopvolger. Die had het concern over moeten nemen. Never happened. Maar er gebeurde wel van alles anders.
zaterdag 13 november 2010
70. Paardenpies.
De schillenboer kwam met paard en wagen, een platte, open kar met opstaande randen van slordige planken. De melkboer in de eerste jaren ook, soms reden wij mee. Het paard deed alles uit eigen beweging: linksaf, rechtsaf, wachten bij oversteken, stoppen op de juiste adressen, weer in beweging komen als de melkboer aan kwam lopen. Eén keer begon hij ineens te plassen, een ontstellende hoeveelheid schuimende paardenpies die dampend naar het putje stroomde. De melkboer vertrouwde het niet: hebben jullie er soms met een stokje ingepord? Nee, dat hadden wij niet. Ik wist eigenlijk niet eens dat paarden plasten, geloof ik.
Al snel kocht ie een hemelsblauw volkswagenbusje, en vervolgens elke 4 a 5 jaar een nieuw.
De kolenboer kwam met een grote, open vrachtauto, de laadbak vol kolonzakken. De aardappelboer: ook zo, maar dan aardappelzakken in de bak.
De bakker (ja, de bakkersknecht, maar voor mij was hij de bakker) kwam op een gemotoriseerde bakfiets met een groot, houten deksel dat openklapte en een motortje dat steeds afsloeg en dan lastig weer aan de praat te krijgen was. De man van de huishuur kwam altijd te voet maar zal wel ergens een fiets gestald hebben. Boterboer Spierings, op vrijdagavond: op de fiets met een enorme doos vol boter. De visboer kwam niet langs, wel een knukelboer met een fiets waaraan tassen met knukels hingen.
Scharensliep? Geen regelmatige verschijning. In de zomer kwam soms de ijscoboer met zijn kar, en een heel enkele keer een orgel door de Oerlesestraat. Dan liep de buurt uit.
Al snel kocht ie een hemelsblauw volkswagenbusje, en vervolgens elke 4 a 5 jaar een nieuw.
De kolenboer kwam met een grote, open vrachtauto, de laadbak vol kolonzakken. De aardappelboer: ook zo, maar dan aardappelzakken in de bak.
De bakker (ja, de bakkersknecht, maar voor mij was hij de bakker) kwam op een gemotoriseerde bakfiets met een groot, houten deksel dat openklapte en een motortje dat steeds afsloeg en dan lastig weer aan de praat te krijgen was. De man van de huishuur kwam altijd te voet maar zal wel ergens een fiets gestald hebben. Boterboer Spierings, op vrijdagavond: op de fiets met een enorme doos vol boter. De visboer kwam niet langs, wel een knukelboer met een fiets waaraan tassen met knukels hingen.
Scharensliep? Geen regelmatige verschijning. In de zomer kwam soms de ijscoboer met zijn kar, en een heel enkele keer een orgel door de Oerlesestraat. Dan liep de buurt uit.
zaterdag 6 november 2010
69. Zuinigheid met vlijt - schijt 2.
Je mocht ook geen eten weggooien. Nooit niet. Oh heer, nee. Eten weggooien gold als doodzonde. Het was erger dan, dan.. Nou ja, het was héél erg en je deed het niet. Een ijzeren regel.
Al het eten ging op want wat niet op ging at onze pa op. De kindertjes in Afrika? Geen kans! Alles ging op. Wij waren onze eigen kindertjes in Afrika.
Ik herinner me mijn stille ontzetting toen ik een besmeerde boterham in de pedaalemmer zag liggen bij onze nicht Fia, in haar flatje aan het Westerpark, toen ik daar logeerde. Een boterham! Niet eens een sneetje brood dat zo beschimmeld was dat ze er zelfs in Afrika geen zin meer in hadden en het dus bij de schillen kon - nee, een besmeerde boterham met boter en beleg. In de pedaalemmer. Oh, die kwamen vast in de hel.
Ik biechtte het op bij ons mam als had ik zélf die boterham bij het vuilnis gegooid, en die bleek verrassend mild: "Fia moet zelf weten hoe ze haar huishouden doet."
Kijk, dat dan weer wel.
Al het eten ging op want wat niet op ging at onze pa op. De kindertjes in Afrika? Geen kans! Alles ging op. Wij waren onze eigen kindertjes in Afrika.
Ik herinner me mijn stille ontzetting toen ik een besmeerde boterham in de pedaalemmer zag liggen bij onze nicht Fia, in haar flatje aan het Westerpark, toen ik daar logeerde. Een boterham! Niet eens een sneetje brood dat zo beschimmeld was dat ze er zelfs in Afrika geen zin meer in hadden en het dus bij de schillen kon - nee, een besmeerde boterham met boter en beleg. In de pedaalemmer. Oh, die kwamen vast in de hel.
Ik biechtte het op bij ons mam als had ik zélf die boterham bij het vuilnis gegooid, en die bleek verrassend mild: "Fia moet zelf weten hoe ze haar huishouden doet."
Kijk, dat dan weer wel.
zaterdag 30 oktober 2010
68. Zuinigheid met vlijt - schijt!
De jaren '50: je moest altijd en overal zuinig zijn. Oh wat had ik daar de neus van vol. En nog, nog! Niet dat ik zelf niet zuinig ben in het dagelijks leven want zoiets nestelt zich diep in je mindset, maar es kotzt mich an, in goed Duits. Ik broed op een anecdote die dat goed uitbeeldt en die ik zo op kan schrijven dat de lezer er om kan lachen. Grinniken - boer met kiespijn: ja ja, die fucking zuinigheid.
Boterham met tevredenheid? Nee. Deze: de pindakaaspot. Die moest leeg.
U weet hoe dat gaat: je lepelt wekenlang ongegeneerd pindakaas uit de pot met je mespunt, maar vroeg of laat wordt het moeizaam schrapen: de pindakaas is bijna op! Nog één boterham. Vooruit, nog één sneetje dat kan nog wel. En dan wordt het echt moeilijk om nog tot een aanvaardbare laag pindakaas te komen.
Een verstandig mens begint er niet meer aan en draait een nieuwe, verse pot open (het genot om je mespunt te zetten in zo'n onaangeroerd, smetteloos oppervlak zachte, lichtbruine pindamoes). Maar nee, we zijn zuinig. Er zitten nog strepen pindakaas aan de potwand en in de richel bij de bodem, en pa gaat nauwgezet aan het werk met zijn mes. Systematisch gaat de mespunt op en neer langs de potwand, het hele potje rond: tik tik tik botst de mespunt steeds op de bodem. Tik tik tik ....TAK! We kijken allemaal op vanwege het afwijkende geluid en zien het verbijsterde gezicht van onze pa en de bodem van de pindakaaspot die, zorgvuldig losgetikt, over het tafelkleed rolt.
Boterham met tevredenheid? Nee. Deze: de pindakaaspot. Die moest leeg.
U weet hoe dat gaat: je lepelt wekenlang ongegeneerd pindakaas uit de pot met je mespunt, maar vroeg of laat wordt het moeizaam schrapen: de pindakaas is bijna op! Nog één boterham. Vooruit, nog één sneetje dat kan nog wel. En dan wordt het echt moeilijk om nog tot een aanvaardbare laag pindakaas te komen.
Een verstandig mens begint er niet meer aan en draait een nieuwe, verse pot open (het genot om je mespunt te zetten in zo'n onaangeroerd, smetteloos oppervlak zachte, lichtbruine pindamoes). Maar nee, we zijn zuinig. Er zitten nog strepen pindakaas aan de potwand en in de richel bij de bodem, en pa gaat nauwgezet aan het werk met zijn mes. Systematisch gaat de mespunt op en neer langs de potwand, het hele potje rond: tik tik tik botst de mespunt steeds op de bodem. Tik tik tik ....TAK! We kijken allemaal op vanwege het afwijkende geluid en zien het verbijsterde gezicht van onze pa en de bodem van de pindakaaspot die, zorgvuldig losgetikt, over het tafelkleed rolt.
zaterdag 23 oktober 2010
67. Zondagse pak.
Tja, we droegen gewoon kleren zonder dat we daar veel over nadachten. Bloezen en korte broeken, behalve als het echt koud was in de winter. Dan een lange broek en een trui en hemd en borstrok. Zelfs het eerste jaar op de HBS ging ik in korte broek, net zoals de andere jongens in mijn eerste HBS-klas - 1m, de laatste eerste klas in de rij en een uitzondering omdat er alleen jongens in zaten. De leraren vonden het geen prettige klas,geloof ik. Onrustig. Een dominante doubleur Rob Franken, zoon van de fabrikant die dus mocht doubleren en troubleren en die tenslotte dmv bijlessen toch wel een diploma zou halen, dacht iedereen, want zo zat Tilburg wel in elkaar. Dat hoefde niet uitgesproken te worden - en toen waren ineens the times a'chancing. Die vlieger ging niet meer op, halverwege de jaren zestig.
Maar daar ging het nu niet om. Wat we droegen waren gewoon kleren waar niemand verder veel over nadacht. Je moeder legde die op maandagochtend klaar en dat droeg je dan de rest van de week. Mode? Nooit van gehoord in verband met mijn eigen kleren.
Tot en met zaterdag droeg je hetzelfde plunje, behalve de zaterdagmiddag want dan ging ik naar de welpen/verkennerij en had ik dus een uniform aan. Op zaterdag ging je 's avonds in bad (teil in de keuken) en dan kreeg je je pyama aan. Op zondag deed je je zondagse goed aan. Voor jongens: een pak. Aanvankelijk ook met korte broek, maar wel met stropdas.
Dat pak kon best een afdankertje zijn, een tweedehandsje. In mijn geval was dat in elk geval zo: ik had een rijke neef die een paar jaar ouder was en van hem kreeg ik de pakken. Die werden dan vermaakt tot ze min of meer pasten. Maar de schouders bleven te breed en de pijpen vielen niet goed omdat ze ingekort waren en daar was de omslag bij ingeschoten.
Was dat een lullig gevoel?
You bet. Maar ja, wat kun je er verder aan doen?
Maar daar ging het nu niet om. Wat we droegen waren gewoon kleren waar niemand verder veel over nadacht. Je moeder legde die op maandagochtend klaar en dat droeg je dan de rest van de week. Mode? Nooit van gehoord in verband met mijn eigen kleren.
Tot en met zaterdag droeg je hetzelfde plunje, behalve de zaterdagmiddag want dan ging ik naar de welpen/verkennerij en had ik dus een uniform aan. Op zaterdag ging je 's avonds in bad (teil in de keuken) en dan kreeg je je pyama aan. Op zondag deed je je zondagse goed aan. Voor jongens: een pak. Aanvankelijk ook met korte broek, maar wel met stropdas.
Dat pak kon best een afdankertje zijn, een tweedehandsje. In mijn geval was dat in elk geval zo: ik had een rijke neef die een paar jaar ouder was en van hem kreeg ik de pakken. Die werden dan vermaakt tot ze min of meer pasten. Maar de schouders bleven te breed en de pijpen vielen niet goed omdat ze ingekort waren en daar was de omslag bij ingeschoten.
Was dat een lullig gevoel?
You bet. Maar ja, wat kun je er verder aan doen?
zaterdag 16 oktober 2010
66. Jan en Piet: in de naam van de vader....
Jan en Piet, twee oerhollandse jongens, onverschrokken wereldreizigers en koene avonturiers. Wie boekstaafde voor ons, derdeklassers, hun bloedstollende avonturen? Wie stuurde ons elke dag opnieuw om twaalf uur precies met een cliffhanger de straat op? Wie gooide elke dag weer bij het aanbreken van de middagpauze waarin je naar huis mocht en vervolgens ook weer terug moest naar de school van meester Van Ham, een huiveringwekkende kippevelwending het doodstille klaslokaal in?
Meneer Reese. Jawel, die van het onbarmhartige slaag (zie hiervoor).
Elke dag opnieuw gaf hij zo tegen twaalf uur, zeg vijf of tien minuten ervoor, het commando waar wij al uren op zaten te wachten: Opruimen!
De laatste jongen die nog voor straf naast zijn bank stond kreeg een oplawaai en vervolgens zaten alle jongens ongeduldig rechtop in hun lessenaar. Vertel, meester, vertel! Van Jan en Piet!
En dat deed hij. En wij hingen aan zijn lippen.
Hij begon precies waar hij de vorige dag was opgehouden, hij pakte die cliffhanger feilloos beet en liet Jan en Piet in de ene na de andere hinderlaag lopen - waar ze toch elke keer weer heelhuids uitkwamen dankzij hun hollandse slimmigheid en ingenieuze uitrusting. Diepzeemonsters, onderaardse kerkers, donkere grotten vol spinnenwebben, onpeilbare kloven, draken, vleermuizen, duizelingwekkende hoogten. onweer, octopussen met messcherpe tanden in hun muil, zeerovers, vergane schepen, wankele vlotten, krakende bruggen, leugenachtige herbergiers, dronken wildemannen: heel Indiana Jones kwam langs. En elke sessie eindigde precies hetzelfde. Net op het moment dat Jan en Piet weliswaar ontsnapt waren aan een bloeddorstige tijger maar daarvoor in een diepe kloof waren gedoken en nu uit lagen te hijgen en naar het plafond lagen te kijken van de geheimzinnige ruimte waarin ze terecht waren gekomen, merkte Jan ineens op dat er toch wel erg gemene, scherpe punten uit het plafond staken en toen zag Piet dat dat plafond langzaam maar zeker, centimeter voor centimeter, naar beneden kwam..en ze konden er niet uit... In de naam van de vader, de zoon en de heilige geest amen.
Want de ochtend eindigde met gebed en dat zette hij consequent op zo'n moment in. De hele klas knipperde met z'n ogen, zuchtte, maakte dromerig het verplichte kruisteken en bad netjes het weesgegroet mee, en ook nog een onze vader. Amen.
Meneer Reese. Jawel, die van het onbarmhartige slaag (zie hiervoor).
Elke dag opnieuw gaf hij zo tegen twaalf uur, zeg vijf of tien minuten ervoor, het commando waar wij al uren op zaten te wachten: Opruimen!
De laatste jongen die nog voor straf naast zijn bank stond kreeg een oplawaai en vervolgens zaten alle jongens ongeduldig rechtop in hun lessenaar. Vertel, meester, vertel! Van Jan en Piet!
En dat deed hij. En wij hingen aan zijn lippen.
Hij begon precies waar hij de vorige dag was opgehouden, hij pakte die cliffhanger feilloos beet en liet Jan en Piet in de ene na de andere hinderlaag lopen - waar ze toch elke keer weer heelhuids uitkwamen dankzij hun hollandse slimmigheid en ingenieuze uitrusting. Diepzeemonsters, onderaardse kerkers, donkere grotten vol spinnenwebben, onpeilbare kloven, draken, vleermuizen, duizelingwekkende hoogten. onweer, octopussen met messcherpe tanden in hun muil, zeerovers, vergane schepen, wankele vlotten, krakende bruggen, leugenachtige herbergiers, dronken wildemannen: heel Indiana Jones kwam langs. En elke sessie eindigde precies hetzelfde. Net op het moment dat Jan en Piet weliswaar ontsnapt waren aan een bloeddorstige tijger maar daarvoor in een diepe kloof waren gedoken en nu uit lagen te hijgen en naar het plafond lagen te kijken van de geheimzinnige ruimte waarin ze terecht waren gekomen, merkte Jan ineens op dat er toch wel erg gemene, scherpe punten uit het plafond staken en toen zag Piet dat dat plafond langzaam maar zeker, centimeter voor centimeter, naar beneden kwam..en ze konden er niet uit... In de naam van de vader, de zoon en de heilige geest amen.
Want de ochtend eindigde met gebed en dat zette hij consequent op zo'n moment in. De hele klas knipperde met z'n ogen, zuchtte, maakte dromerig het verplichte kruisteken en bad netjes het weesgegroet mee, en ook nog een onze vader. Amen.
Labels:
lager onderwijs,
tilburg jaren 50,
trouwlaan
zondag 3 oktober 2010
65. 'Van jou hoef ik geen reep.'
De onderwijzers waren ook niet altijd even subtiel. Die in de derde sloeg erop los (zie hiervoor, ergens), maar vergeleken bij meester Kokke in de vijfde, was dat eigenlijk zo gek nog niet. Klappen, dat begrepen we.
Kokke was streng en gaf lage punten ('Een tien is voor god en een negen is voor mij', dus hoger dan een acht kreeg je sowieso niet - wat een hele schok was voor mij, gewend als ik was aan negens en tienen.), maar bovenal was hij hard en gemeen. Als je jarig was tracteerde je, geloof ik (ik herinner me dat niet echt heel duidelijk). Een snoepje voor alle kinderen en een reep (kwatta, mars, mekka, whatever) voor de meester. Dat was natuurlijk een heel ritueel, elke keer opnieuw. Met een zakje snoep alle rijen af en dan tenslotte met een reep in je hand naar voren, naar de lessenaar van Kokke.
Iets moeten we vermoed hebben, want toen Ton Horvers naar voren liep met de chocoladereep-met-nootjes, hield de hele klas (zuigend op de zuurtjes) hem in de gaten en hij ging met loodzware tred en Kokke deed het ongehoorde waar we op een of andere manier allemaal op zaten te wachten. Met de woorden 'Van jou hoef ik geen reep, doe jij eerst maar eens wat beter je best', weigerde hij de tractatie en Ton kon als een geslagen hond terug naar zijn plaats. Het was doodstil in het lokaal - maar dat was het meestal, bij Kokke.
Kokke was streng en gaf lage punten ('Een tien is voor god en een negen is voor mij', dus hoger dan een acht kreeg je sowieso niet - wat een hele schok was voor mij, gewend als ik was aan negens en tienen.), maar bovenal was hij hard en gemeen. Als je jarig was tracteerde je, geloof ik (ik herinner me dat niet echt heel duidelijk). Een snoepje voor alle kinderen en een reep (kwatta, mars, mekka, whatever) voor de meester. Dat was natuurlijk een heel ritueel, elke keer opnieuw. Met een zakje snoep alle rijen af en dan tenslotte met een reep in je hand naar voren, naar de lessenaar van Kokke.
Iets moeten we vermoed hebben, want toen Ton Horvers naar voren liep met de chocoladereep-met-nootjes, hield de hele klas (zuigend op de zuurtjes) hem in de gaten en hij ging met loodzware tred en Kokke deed het ongehoorde waar we op een of andere manier allemaal op zaten te wachten. Met de woorden 'Van jou hoef ik geen reep, doe jij eerst maar eens wat beter je best', weigerde hij de tractatie en Ton kon als een geslagen hond terug naar zijn plaats. Het was doodstil in het lokaal - maar dat was het meestal, bij Kokke.
Labels:
lager onderwijs,
tilburg jaren 50,
trouwlaan
64. Etre en avoir.
Het was natuurlijk een soortement gajusschool, daar aan de Trouwlaan, waar ook af en toe de politie kwam als er weer eens een jongen zijn zakmes gebruikt had bij een vechtpartij, maar er zaten ook veelbelovende jongens op, die 'goed konden leren', zoals de formule luidde. Die jongens werden in de zesde klas enkele uren per week bij elkaar gezet en dan kregen ze Franse les, van meester Van Dijk.
Dat was een rare zaak en ik begreep er niets van. Ik kon het natuurlijk wel leren, wat hij ons voorschotelde (je, tu, il, nous, vous, ils. Le garcon, La fille. La maison.) maar het drong niet tot me door waar het over ging. Dat het een andere taal was, dat ergens op de wereld mensen hiermee opgroeiden en als vanzelf deze woorden gingen gebruiken, dat kwam niet echt binnen. Maar ja, ik kon 'goed leren' dus ik leerde al die rijtjes gewoon van buiten, zonder te wten wat het was.
Op de HBS, in de uren Frans, duurde het nog enkele weken vóór ik het verband legde tussen de taal die Dhr Reijnen ons trachtte te leren en de lessen van meester Van Dijk - dat die over hetzelfde gingen.
Dat was een rare zaak en ik begreep er niets van. Ik kon het natuurlijk wel leren, wat hij ons voorschotelde (je, tu, il, nous, vous, ils. Le garcon, La fille. La maison.) maar het drong niet tot me door waar het over ging. Dat het een andere taal was, dat ergens op de wereld mensen hiermee opgroeiden en als vanzelf deze woorden gingen gebruiken, dat kwam niet echt binnen. Maar ja, ik kon 'goed leren' dus ik leerde al die rijtjes gewoon van buiten, zonder te wten wat het was.
Op de HBS, in de uren Frans, duurde het nog enkele weken vóór ik het verband legde tussen de taal die Dhr Reijnen ons trachtte te leren en de lessen van meester Van Dijk - dat die over hetzelfde gingen.
Labels:
lager onderwijs,
tilburg jaren 50,
trouwlaan
zaterdag 25 september 2010
63, De bakkersvrouw en de nachtmis..
Kerstmis is hoogtijdag voor de bakkersbranche, ook toen al, ook voor bakker Burgers dus, op de hoek van de Nieuwstraat. Veel ingekocht, veel omgezet tot op kerstavond, veel contant geld in huis. In die jaren was er eigenlijk alleen maar contant geld, volgens mij (Ja, en bij ons thuis was er altijd te weinig contant geld).
Goed, kerstavond. Tevreden bakkerijbevolking want goede zaken gedaan, nu moest alles nog worden opgeruimd en schoongepoetst en dat allemaal nog vóór de hele bubs naar de nachtmis gaat. Niet alleen het bakkersgezin, ook het gezin van de meesterknecht komt naar de zaak want papa moet tot het laatst meehelpen en dan gaan ze samen met het bakkersgezin naar de nachtmis. Het uur van vertrek nadert, iedereen heeft zijn zondagse goed aan en een dikke jas eroverheen en ze doen nog wat laatste, kleine klusjes.
Kom vrouw we moeten gaan.
Ja, even nog.
Kom nou, je treuzelt.
Nee, deze rekeningen nog inschrijven. Weet je wat, gaan jullie maar vast, ik kom zo.
Maar de knecht is ook nog bezig, achter.
Nou, mooi toch, dan komen wij samen jullie wel achterna.
En zo geschiedde in die dagen. Keurig opgedoft togen ze naar de nachtsmis in de kerk van de Trouwlaan, het bakkersgezin zonder vrouw en het knechtengezin zonder man. En er tussenuit knepen ze, de bakkersvrouw en de meesterknecht - met medeneming van de hele kerstopbrengst.
De parochie gonsde van de geruchten.
Goed, kerstavond. Tevreden bakkerijbevolking want goede zaken gedaan, nu moest alles nog worden opgeruimd en schoongepoetst en dat allemaal nog vóór de hele bubs naar de nachtmis gaat. Niet alleen het bakkersgezin, ook het gezin van de meesterknecht komt naar de zaak want papa moet tot het laatst meehelpen en dan gaan ze samen met het bakkersgezin naar de nachtmis. Het uur van vertrek nadert, iedereen heeft zijn zondagse goed aan en een dikke jas eroverheen en ze doen nog wat laatste, kleine klusjes.
Kom vrouw we moeten gaan.
Ja, even nog.
Kom nou, je treuzelt.
Nee, deze rekeningen nog inschrijven. Weet je wat, gaan jullie maar vast, ik kom zo.
Maar de knecht is ook nog bezig, achter.
Nou, mooi toch, dan komen wij samen jullie wel achterna.
En zo geschiedde in die dagen. Keurig opgedoft togen ze naar de nachtsmis in de kerk van de Trouwlaan, het bakkersgezin zonder vrouw en het knechtengezin zonder man. En er tussenuit knepen ze, de bakkersvrouw en de meesterknecht - met medeneming van de hele kerstopbrengst.
De parochie gonsde van de geruchten.
62. Gebakken schol.
Ach roomskatholieke jeugd. Vrijdag was vasten- en onthoudingsdag en die onthouding kon me gestolen worden want ik had er geen idee van wat daarmee bedoeld werd, maar dat vasten. 'Vasten' betekende 'geen vlees'.
Geen vlees, en ook dat maakte me eigenljk niet zoveel uit, zij het dat 'geen vlees' bij ons en bij iedereen in Tilburg betekende: vis. En vis betekende bij ons en bij iedereen in Tilburg: gebakken schol. Met botersaus. En gekookte aardappelen. En worteltjes.
Oh, erger kon het niet. Van die vieze, platte vissen vol graat, en dan die wat klonterige botersaus over je aardappelen en daar dan die worteltjes naast, weeig en weerzinwekkend en iets te lang gekookt tot bijna pap. De hel. Een puike reden om je geloof op te geven, in elk geval. Nooit meer vasten, nooit meer onthouding. En vooral: nooit meer gebakken schol.
Geen vlees, en ook dat maakte me eigenljk niet zoveel uit, zij het dat 'geen vlees' bij ons en bij iedereen in Tilburg betekende: vis. En vis betekende bij ons en bij iedereen in Tilburg: gebakken schol. Met botersaus. En gekookte aardappelen. En worteltjes.
Oh, erger kon het niet. Van die vieze, platte vissen vol graat, en dan die wat klonterige botersaus over je aardappelen en daar dan die worteltjes naast, weeig en weerzinwekkend en iets te lang gekookt tot bijna pap. De hel. Een puike reden om je geloof op te geven, in elk geval. Nooit meer vasten, nooit meer onthouding. En vooral: nooit meer gebakken schol.
zaterdag 18 september 2010
61. De feauteuil.
Ja, de t.v. was natuulijk ook zo'n aanschaf die een overgang markeerde: nog geen t.v. - wel t.v. (en iedereen kent die verhalen wel van het eerste toestel in de straat en dat dan alle kinderen uit de straat op woensdagmiddag in de voortuin naar binnen zaten te kijken naar het kinderuurtje. Bij ons in de straat had Swaanen de eerste t.v. en inderdaad, wij zaten op woensdagmiddag op het muurtje van hun voortuin.), maar eerlijk gezegd maakte de komst van de feauteuil (ik kan het niet ingewikkeld genoeg schrijven) meer indruk op mij. Dat was ook veel eerder en ik kan me weinig of niets herinneren van wat er eerst in de voorkamer stond, maar feit was dat we op een gegeven moment een feauteuil aanschaften. werd met veel bombarie aangekondigd dus ik was benieuwd en ik moet bekennen dat het een beetje tegenviel. Het was een rank stoeltje met glanzend houten armleuningen en pootjes. Rug en zitting waren bekleed met een leverkleurige, harige stof, waar in dezelfde kleur een patroon in was geweven. Onaangenaam aan je blote benen (korte broek), zonder meer. En ja, we moesten er natuurljk zuinig op zijn. Dat gezeur altijd, daar kreeg ik op d'n duur zo genoeg. Je moest altijd overal zuinig op zijn. Beh
Labels:
burgerlijk,
tilburg jaren 50,
vooruitgang
60. De wasmachine.
De was was veel werk, elke maandag. Er stond een soort kuip-met-rotor in de schuur en er was een grote, koperen ketel en een primitief gasstel waar die op kon, om de was te koken. Ik had er als jongen geen sjoege van wat dat allemaal was en waar dat allemaal voor nodig was, maar iedereen ervoer wel dat de was als een soort doem over de maandag hing. Maandag wasdag. Alle huisvrouwen (er waren geen andere vrouwen, eigenlijk) in Tilburg deden maandag de was en dus kwam er op het eind van de ochtend roestwater uit de kraan, wilde de legende. Er was dan zoveel water verbruikt dat het helemaal van onderop moest komen en dan kwam er roest mee.
Wasmachine?
Jawel, er zou een wasmachine komen, begin jaren 60. daartoe werd een raadsman in de arm genomen, een bevriende loodgieter met een makkelijke, dominante babbel. Hij kon gewoon een hele avond vertellen, dat wij allemaal zaten te luisteren. Wat wist hij veel, dacht ik vol ontzag. Hoe de wereld in elkaar zat!
wat betreft de moderne wasmachines (die hij leverde en installeerde en repareerde en onderhield) ging zijn verhaal zo (in plat Tilburgs uiteraard maar ik vertaal het even): Laatst heb ik er eentje geleverd een eindje verderop, bij Van Gurp. Dus ik kom die man een paar weken later tegen en ik vraag: En, bevalt 't?
Nou Jan, hoe zal ik 't zeggen (hoezakkutzegge), de vrouw is er wel blij mee want nu hoeft ze al dat zware werk niet zelf te doen, maar ze is nog steeds de hele maandag bezig met de was. Dus ik zeg, Verrek, hoe kan dat nou?
En dan blijkt dat die vrouw 's morgens vroeg de was in het machine doet en dan gaat zitten wachten tot het klaar is. Ja! Dat duurt een paar uur. En ze heeft niet in de gaten dat ze ondertussen iets anders kan gaan doen, want ze is met de was bezig. Dus ik zeg, sjaak, zeg ik, die vrouw van jou....
Wasmachine?
Jawel, er zou een wasmachine komen, begin jaren 60. daartoe werd een raadsman in de arm genomen, een bevriende loodgieter met een makkelijke, dominante babbel. Hij kon gewoon een hele avond vertellen, dat wij allemaal zaten te luisteren. Wat wist hij veel, dacht ik vol ontzag. Hoe de wereld in elkaar zat!
wat betreft de moderne wasmachines (die hij leverde en installeerde en repareerde en onderhield) ging zijn verhaal zo (in plat Tilburgs uiteraard maar ik vertaal het even): Laatst heb ik er eentje geleverd een eindje verderop, bij Van Gurp. Dus ik kom die man een paar weken later tegen en ik vraag: En, bevalt 't?
Nou Jan, hoe zal ik 't zeggen (hoezakkutzegge), de vrouw is er wel blij mee want nu hoeft ze al dat zware werk niet zelf te doen, maar ze is nog steeds de hele maandag bezig met de was. Dus ik zeg, Verrek, hoe kan dat nou?
En dan blijkt dat die vrouw 's morgens vroeg de was in het machine doet en dan gaat zitten wachten tot het klaar is. Ja! Dat duurt een paar uur. En ze heeft niet in de gaten dat ze ondertussen iets anders kan gaan doen, want ze is met de was bezig. Dus ik zeg, sjaak, zeg ik, die vrouw van jou....
Abonneren op:
Posts (Atom)