Posts tonen met het label Pauluslyceum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pauluslyceum. Alle posts tonen

vrijdag 17 februari 2012

105. Piet Eligh

Er waren natuurlijk een hoop leraren op de dependance van het Pauluslyceum / later Cobbenhagen College, - maar tegelijkertijd ook niet.
Leraren Nederlands bijvoorbeeld. We hebben ooit les gehad van Pijnenburg, dat was hemeltergend saai. En van Maarse, die had ook een moeilijke start in het onderwijs. Maar iedereen wist dat er (eigenlijk) maar één leraar Nederlands was op de hele school: Piet Eligh.
Een unicum en toen hij lesgaf aan ons was hij bezig te promoveren op Marieke van Nimeghen of hoe je dat ook schrijft. Ja, hij wist dat wel natuurlijk. Onge-evenaard, Eligh. Waarschijnlijk is hij de oorzaak dat ik zo dol raakte op taal (kan ook aan mijn moeder gelegen hebben). In de vierde klas was hij onze klasseleraar en kocht ik voor zijn verjaardag een fles wijn en een boek (Hugo Raes, De Lotgevallen). Ah, wat was hij vereerd.
'Ik zal het één lezen onder het genot van het ander', zei hij triomfantelijk.
Eligh droeg voor. De hele Nederlandse literatuur droeg hij voor terwijl hij daar helemaal het figuur niet voor was want in alle eerlijkheid moet je zeggen dat hij er niet uitzag. Van middelbare leeftijd, brilletje, buikje, slecht zittende pakken. Olijke oogjes, dat wel. Pretoogjes. Kraaloogjes die glinsterden achter zijn brilleglazen. Echte shows gaf hij en daar kreeg hij een droge keel van en dan zei hij tegen een jongen op de eerste bank:
'Zeg kerel, ga jij eens een kopje koffie voor mij halen bij Toon.'
Toon was de concierge en dat deed je dan, verguld met die eervolle opdracht.

Ik herinner me veel uitspraken van Eligh, en ook als het niet klopt wat doet het ertoe want niemand kan dat nog corrigeren. Over de dichter Bloem, zijn gedicht Het verlangen. Eligh: de dichter kan zich niet neerleggen bij het leven zoals het is. Want ja, zo zit het leven in elkaar jongens en meisjes: op een gegeven moment moet iedereen genoegen nemen met wat hij heeft: dat huis, die auto, die vrouw. Maar de dichter kan dat niet, die wil steeds meer, steeds verder, steeds anders.'

Dat maakte toen wel indruk op me - ja, dat haal je de koekoek, daarom weet ik het nog natuurlijk.

zaterdag 27 augustus 2011

101. De wereld wordt groter: naar het Stuyvesantplein!

Tot nu toe ging het vooral over de Trompstraat en zijn bewoners. Tot mijn zestiende hebben we daar gewoond, dus voor mij: kleuterschool, lagere school en vier jaar HBS.
Het vervolg van deze blog draait vooral om de HBS-tijd, neem ik mij voor. Als ik er te lang over nadenk begin ik er niet aan, dus ik spring gewoon in het diepe: de HBS aan het Stuyvesantplein.
Omdat ik 'goed kon leren', zoals de uitdrukking toen luidde, mocht ik naar de HBS. en omdat het Pauluslyceum uit zijn jasje groeide werd dat de dependance aan het Stuyvesantplein: lichtgele barakken die net verlaten waren door het Theresia. Toen ik in de derde of vierde klas zat werden we een zelfstandige school: het Cobbenhagencollege. Toen ik in de vijfde zat werd er nieuwbouw gepleegd aan de Brittendreef.
Wij zouden daar geen les meer krijgen, werd ons verzekerd, en aan de eerstejaars die daar in noodgebouwen leskregen was verteld dat daar geen ouderejaars zouden komen vóór de nieuwbouw klaar was. Dus toen ik mij daar meldde omdat wij, de doubleurs van 5HBS-b, wiskundebijlessen kregen van Van Nistelrooij en die kon niet naar het Stuyvesantplein komen, wekte dat veel opzien op de speelplaats. Ik werd omringd door opgewonden bruggers die dachten dat ik de gymleraar was. Dat leek hun de enige verklaring voor mijn aanwezigheid - gymleraar was blijkbaar het summum van losbandigheid en de verklaring voor mijn lange haren.
Wisten zij veel. Gelukkig kwamen even later de andere doubleurs en konden wij in superieure afzondering afwachten tot Van Nistelrooij (een sympathieke kettingroker bijgenaamd 'D'n Baf') zich bij ons meldde.
Dat moet in 1971 geweest zijn.