Wie weet tegenwoordig nog wat een kalotje is? En wie weet tegenwoordig nog wat een kapotje is? Nou, dat kapotje, dat wisten wij want dat woord was toen veel en veel gebruikelijker en gewoner dan het tegenwoordige 'condoom'.
Condoom, dat was NVSH-taal, medisch. Er was natuurlijk wel een jongen op school die ze verkocht, stiekem, maar dat waren dus kaptojes. Spannend was dat, zo'n ding in je bezit. Je versleet het in je broekzak natuurlijk, want er was nog geen sprake van neuken, in die eerste jaren op de HBS.
En toen zei de leraar Nederlands Eligh ineens hardop in de les: 'KAPOTJE!' - dachten wij. Hij zei natuurlijk iets anders, maar dat nam niet weg dat de hele klas wakker schrok en de slappe lach kreeg. WAT zei hij????
Het ging om een gedicht van Guido Gezelle, iets over de natuur, een sloot, een waterbeestje dat over het wateropppervlak scheerde. Dat beschreef Gezelle. En dan beschreef hij ook dat beestje, als ik het mij goed herinner. Eligh droeg dat voor, declameerde enthousiast:
'... met het smalle kaloteken aan..'
En toen vroeg één van die pubers: 'Meneer, wat is een kaloteken?'
En toen zei Eligh volkomen argeloos: 'Dat is ons woord kalotje.'
Maar dat verstond de hele klas collectief verkeerd, als 'kapotje'.
Want wie wist nu wat een kalotje was? Ja, zo'n ding dat een frater op zijn kop had of zoiets, maar dat wisten alleen de misdienaars onder ons en die hielden natuurolijk angstvallig hun mond over die fase in hun carriere.
Onderdrukt geproest, slappe lach, zenuwachtig gegiechel. Geen aandacht meer voor Guido en Gezelle.
Ach, hoe onschuldig waren wij. Plezier konden wij nog hebben om de Engelse zin 'during a short lull', wat toch gewoon 'een korte tijdspanne' betekende, verzekerde de lerares Engels juffrouw Jansen ons. Een jaar later kregen we natuurkunde van Opgenoorth en die schepte altijd op over de hoeveelheid kapotjes die hij versleet. Volgende keer verder.
Posts tonen met het label Cobbenhagen College. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cobbenhagen College. Alle posts tonen
zaterdag 10 maart 2012
vrijdag 24 februari 2012
108. De beha van Jeske
Dit moet in de tweede geweest zijn want ik zat het eerste jaar in 1m en daar zaten geen meisjs in (ze nummerden de klassen op het Stuyvesantplein toen nog gewoon door met die van Paulus aan de Wandelboslaan, vandaar 1m). In 2k wel! Dat was veel leuker natuurlijk. Ik herinner me de nauw bedwongen opwinding die door de jongens ging toen Fransje de Brouwer (die in de bank achter haar zat), het bericht doorgaf: 'De beha van Jeske is los!'
De beha van Jeske! Wow. Dat sprak tot de verbeelding want Jeske had grote borsten, de grootste van de klas. Ik weet nu, achteraf, niet of ze ook wserkelijk groot waren of alleen maar in vergelijking met de rest. De boodschap ging als een windvlaag doorde klas en allee aandacht was ineens gericht op één punt. We hielden onze adem in en toen stak Jeske haar vinger op:
'Jeske?'
'Meneer, mag ik even naar de wc?'
Dat mocht normaal gesproken nooit, dat deed je maar in de pauze, maar iets op haar gezicht moet de leraar hebben overtuigd van de urgentie in dit geval, want ze mocht.
En toen?
Toen niks.
Ze liep de klas uit en keerde na een paar minuten weer terug, is all.
De beha van Jeske! Wow. Dat sprak tot de verbeelding want Jeske had grote borsten, de grootste van de klas. Ik weet nu, achteraf, niet of ze ook wserkelijk groot waren of alleen maar in vergelijking met de rest. De boodschap ging als een windvlaag doorde klas en allee aandacht was ineens gericht op één punt. We hielden onze adem in en toen stak Jeske haar vinger op:
'Jeske?'
'Meneer, mag ik even naar de wc?'
Dat mocht normaal gesproken nooit, dat deed je maar in de pauze, maar iets op haar gezicht moet de leraar hebben overtuigd van de urgentie in dit geval, want ze mocht.
En toen?
Toen niks.
Ze liep de klas uit en keerde na een paar minuten weer terug, is all.
dinsdag 21 februari 2012
107. Eén geschiedenisleraar: Derwigh
Net zoals er (eigenlijk) maar één leraar Nederlands rondliep (zie nummer 105), zo was er ook maar één leraar geschiedenis en dat was Derwigh. Ik heb ooit geschiedenis gehad van De Haan, meen ik mij te herinneren, maar dat was allemaal niks. Geschiedenis, dat was Derwigh.
Aardige man. Vriendelijk en kalend en een beetje verlegen. Wilde ooit van Gaby van der Aa, veruit het mooiste meisje in de klas, weten hoe groot zij dacht dat een bepaald leger was geweest. Zal wel van Napoleon geweest zijn, die enorme legers als gevolg van de levée en masse.
Dus hij zei, vriendelijk naar haar overbuigend:
'Nou, hoe groot, schat je?'
Tja, die spatie tussen 'schat' en 'je', die ontging ons even, en Gaby ook, dus die zei, beetje lacherig: "Schatje?'
En Derwigh kreeg een kop als vuur, werkelijk donkerrood werd hij.
Wij lachen natuurlijk.
Aardige man. Vriendelijk en kalend en een beetje verlegen. Wilde ooit van Gaby van der Aa, veruit het mooiste meisje in de klas, weten hoe groot zij dacht dat een bepaald leger was geweest. Zal wel van Napoleon geweest zijn, die enorme legers als gevolg van de levée en masse.
Dus hij zei, vriendelijk naar haar overbuigend:
'Nou, hoe groot, schat je?'
Tja, die spatie tussen 'schat' en 'je', die ontging ons even, en Gaby ook, dus die zei, beetje lacherig: "Schatje?'
En Derwigh kreeg een kop als vuur, werkelijk donkerrood werd hij.
Wij lachen natuurlijk.
vrijdag 17 februari 2012
105. Piet Eligh
Er waren natuurlijk een hoop leraren op de dependance van het Pauluslyceum / later Cobbenhagen College, - maar tegelijkertijd ook niet.
Leraren Nederlands bijvoorbeeld. We hebben ooit les gehad van Pijnenburg, dat was hemeltergend saai. En van Maarse, die had ook een moeilijke start in het onderwijs. Maar iedereen wist dat er (eigenlijk) maar één leraar Nederlands was op de hele school: Piet Eligh.
Een unicum en toen hij lesgaf aan ons was hij bezig te promoveren op Marieke van Nimeghen of hoe je dat ook schrijft. Ja, hij wist dat wel natuurlijk. Onge-evenaard, Eligh. Waarschijnlijk is hij de oorzaak dat ik zo dol raakte op taal (kan ook aan mijn moeder gelegen hebben). In de vierde klas was hij onze klasseleraar en kocht ik voor zijn verjaardag een fles wijn en een boek (Hugo Raes, De Lotgevallen). Ah, wat was hij vereerd.
'Ik zal het één lezen onder het genot van het ander', zei hij triomfantelijk.
Eligh droeg voor. De hele Nederlandse literatuur droeg hij voor terwijl hij daar helemaal het figuur niet voor was want in alle eerlijkheid moet je zeggen dat hij er niet uitzag. Van middelbare leeftijd, brilletje, buikje, slecht zittende pakken. Olijke oogjes, dat wel. Pretoogjes. Kraaloogjes die glinsterden achter zijn brilleglazen. Echte shows gaf hij en daar kreeg hij een droge keel van en dan zei hij tegen een jongen op de eerste bank:
'Zeg kerel, ga jij eens een kopje koffie voor mij halen bij Toon.'
Toon was de concierge en dat deed je dan, verguld met die eervolle opdracht.
Ik herinner me veel uitspraken van Eligh, en ook als het niet klopt wat doet het ertoe want niemand kan dat nog corrigeren. Over de dichter Bloem, zijn gedicht Het verlangen. Eligh: de dichter kan zich niet neerleggen bij het leven zoals het is. Want ja, zo zit het leven in elkaar jongens en meisjes: op een gegeven moment moet iedereen genoegen nemen met wat hij heeft: dat huis, die auto, die vrouw. Maar de dichter kan dat niet, die wil steeds meer, steeds verder, steeds anders.'
Dat maakte toen wel indruk op me - ja, dat haal je de koekoek, daarom weet ik het nog natuurlijk.
Leraren Nederlands bijvoorbeeld. We hebben ooit les gehad van Pijnenburg, dat was hemeltergend saai. En van Maarse, die had ook een moeilijke start in het onderwijs. Maar iedereen wist dat er (eigenlijk) maar één leraar Nederlands was op de hele school: Piet Eligh.
Een unicum en toen hij lesgaf aan ons was hij bezig te promoveren op Marieke van Nimeghen of hoe je dat ook schrijft. Ja, hij wist dat wel natuurlijk. Onge-evenaard, Eligh. Waarschijnlijk is hij de oorzaak dat ik zo dol raakte op taal (kan ook aan mijn moeder gelegen hebben). In de vierde klas was hij onze klasseleraar en kocht ik voor zijn verjaardag een fles wijn en een boek (Hugo Raes, De Lotgevallen). Ah, wat was hij vereerd.
'Ik zal het één lezen onder het genot van het ander', zei hij triomfantelijk.
Eligh droeg voor. De hele Nederlandse literatuur droeg hij voor terwijl hij daar helemaal het figuur niet voor was want in alle eerlijkheid moet je zeggen dat hij er niet uitzag. Van middelbare leeftijd, brilletje, buikje, slecht zittende pakken. Olijke oogjes, dat wel. Pretoogjes. Kraaloogjes die glinsterden achter zijn brilleglazen. Echte shows gaf hij en daar kreeg hij een droge keel van en dan zei hij tegen een jongen op de eerste bank:
'Zeg kerel, ga jij eens een kopje koffie voor mij halen bij Toon.'
Toon was de concierge en dat deed je dan, verguld met die eervolle opdracht.
Ik herinner me veel uitspraken van Eligh, en ook als het niet klopt wat doet het ertoe want niemand kan dat nog corrigeren. Over de dichter Bloem, zijn gedicht Het verlangen. Eligh: de dichter kan zich niet neerleggen bij het leven zoals het is. Want ja, zo zit het leven in elkaar jongens en meisjes: op een gegeven moment moet iedereen genoegen nemen met wat hij heeft: dat huis, die auto, die vrouw. Maar de dichter kan dat niet, die wil steeds meer, steeds verder, steeds anders.'
Dat maakte toen wel indruk op me - ja, dat haal je de koekoek, daarom weet ik het nog natuurlijk.
Labels:
Cobbenhagen College,
Pauluslyceum,
Piet Eligh
Abonneren op:
Posts (Atom)