maandag 15 februari 2010

5. Verkeersdrama

Als je de andere kant op ging (niet naar de PietHeinstraat), kwam je bij de Oerlesestraat: druk, gevaarlijk en met een wegdek (zwarte, glimmende stenen) dat bij regen erg snel erg glad werd. Op een zondagmiddag liepen wij (ik in elk geval, ik weet niet meer wie er bij was) daar over de stoep richting Transvaalplein. Naast de stoep stond een auto geparkeerd en achter ons kwam een echtpaar aanfietsen (al wat ouder maar niet zo oud als ik nu). De man, zoals dat hoort, aan de buitenkant. Achter hen naderde een Volkswagen kever, met veel lawaai en slingerend.
De fietsers moesten naar links - om de geparkeede auto heen. Op dat moment reed de kever hen achterop, toeterend. Verwarring. De vrouw fietste tegen de geparkeerde auto aan en viel. De man werd geschept door de kever en ging, met z'n armen zwaaiend, met fiets en al ten onder. De motor van de kever loeide, de vrouw gilde, de man schreeuwde, de fietsen kletterden tegen de straat - en de kever probeerde weg te komen door over de man heen te rijden. Die rolde wanhopig voor de wielen uit maar keer op keer raakte de auto hem. Alsof hij met een groot dier vocht.
De vrouw rende naar de auto. De bestuurder snapte tenslotte wat er aan de hand was, stuurde om de man heen en scheurde weg, slingerend, piepende banden.
Op straat: totale ontreddering.

Later hoorden we dat het twee dronken jongens waren, zonder rijbewijs.

zondag 14 februari 2010

4. Topografisch

Als je de straat uitliep en je ging linksaf de Piet Heinstraat in, kwam je bij 't Zultwèfke en vervolgens in de Trouwlaan. Als je daarentegen rèchtsaf sloeg ging het snel mis. Na een klein stukje Piet Heinstraat belandde je in onheilspellende gebieden als Reinier Claassenstraat, Jan van Galenstraat en Veestraat. Dat was gevaarlijk terrein, daar woonden de schooiers (excuse my french, maar die term gebruikten wij damals).
Als je niet oppaste liep je daar klappen op - en als je wél oppaste ook. Rooie Stien woonde daar, en die van De Merel. De Mèrul, zeiden wij. Ergens in de jaren vijftig hebben Tilburg en Maastricht een geheel eigen stukje opbouwwerk verricht, door twee asociale families te ruilen. Zo raakten wij die van De Mèrul kwijt. Wat ervoor in de plaats kwam weet ik niet meer.
De andere kant op was het ook maar kort pluis. Als je na de Trompstraat linksaf gegaan was en je stak de Trouwlaan over, kwam je 2 straten verder in de Kwetterie, rondom de Gerard Mercatorstraat. Ook schooiers.
Jarenlang heb ik gedacht dat Mercator, Claassen en Van Galen in hun leven schorem geweest waren. Tuig van de richel - en dat daarom die straten bevolkt waren met dat soort mensen. Eigen schuld.

(Op de hoek van de Jan van Galenstraat en de Kortenaarstraat - die echt maar heel kort was - kon je bij een gewoon woonhuis sigaretten per stuk kopen. 1 cent per sigaret. Dat heb ik een keer gedaan, met kloppend hart, hoewel ik niet rookte. Alleen maar om te kijken of het waar was en omdat het ook wel lekker voelde om te doen: spannend.)

woensdag 10 februari 2010

3. Zultwèfke

Op zondag kregen we tractement: een dubbeltje. De helft in de spaarpot, voor de andere helft mochten we snoep kopen. Snoep kopen? Op zondag? In Tilburg, 1960? Alle winkels dicht, toch?
Jazeker, alle winkels dicht maar zo niet 'ut zultwèfke', vlak bij ons om de hoek in de Piet Heinstraat.
't Zultwèfke dreef een snoepwinkeltje in haar voorkamer en was op zondag open. Assortiment: vele soorten lollies, kauwgom (Belga's en Bazooka's-met-stripverhaal) schuimblokken, zuurtjes, drop (veterdrop, spiraaldrop, zoute drop, trekdrop waar je sjepwater van kon maken). Zoethout. Engelse drop.
Wij stonden dan met onze neus en 5 cent voor de glazen toonbank en konden maar niet kiezen, en zij schommelde ongedurig in de smalle ruimte heen en weer. Ze heette niet voor niets Zultwèfke: bij haar vormgeving was meer bolvormig dan rechtopstaand en langwerpig gedacht. Maar onze achting voor haar steeg tot ongekende hoogte toen ze, als eerste in de hele buurt, een televisietoestel kocht.
'Hoeveel voor-5-cent-snoep had ze daar niet voor moeten verkopen?', vroegen wij ons ge-imponeerd af.

zondag 7 februari 2010

2. Soldatenkinderen

Je bent een jongetje van 5 of 10 of zo, geboren in 1952. Je weet hoe de wereld in elkaar zit: je woont in een straat vol ooms en tantes, allemaal netjes bij elkaar in gezinnetjes, net als bij jullie.
Later blijkt dat niet zo te zijn en dat begint al bij de buren. Meneer Van den Berg is niet getrouwd met tante Jo - die wel bij hem woont. Tante Jo is zijn dochter en Van den Berg is weduwnaar. Maar wat een weduwnaar was, dát vertelde je moeder er niet bij.

Je moeder? Wat is dat voor vreemd taalgebruik? Daar mag je wel mee oppassen als je straks naar school gaat en je praat zo. Je moeder! Ons moeder, en niks anders. smoeder.

Bij de andere buren leek het beter in orde, maar alweer ontnam ons moeder mij die illusie (zij het veel later want dit was geen verhaal voor kleine jongetjes): ja zeker, bij Konings waren drie kinderen, net als bij ons. Maar. De oudste was van een Duitse soldaat. De tweede was van een Canadees. Alleen de jongste, dat klopte dan weer wel, die was wél gewoon van de buurman.
Gelukkig maar.

zaterdag 6 februari 2010

1. Tilburg, jaren '50

Tilburg, jaren '50. Een 5-koppig gezin, je ziet het voor je: man vrouw dochter dochter zoon. De zoon is de jongste en ook de laatste want de vrouw is een late roeping en al over de veertig bij de derde bevalling.
De Trompstraat in Tilburg, parochie Trouwlaan. Iedereen is katholiek, bij de beesten af. Er wordt gebeden dat het een lieve lust is, maar zo lief is die lust niet: anderen zijn verdacht.
2 voorbeelden.
Er komt een gescheiden vrouw in de straat wonen. Geen idee wat ik me daarbij moest voorstellen, maar gescheiden vrouw, het klonk wild. Gedoemd.
Eerder of later, ik weet het niet meer, kreeg die vrouw gezelschap (qua dissidenten) van een protestants gezin. Protestanten! Naar de hel gingen die, maar eerst kwamen ze nog even bij ons in de straat wonen.

Morgen verder

donderdag 4 februari 2010